Wat is de leidraad?

De leidraad is een afgesproken hulpmiddel dat ondersteunt bij het concretiseren van de klimaatambities en het beoordelen van de gebiedsontwikkeling op de klimaatthema’s. Met de leidraad is er een uitgewerkte en eenduidige structuur om aan de klimaatopgave invulling te geven, ondanks de verscheidenheid in projecten.

In de leidraad worden de thema’s inhoudelijk uitgewerkt.
De thema’s zijn verbonden door de vaste stappen in het proces:

1. Inventariseren & selecteren

Bespreek en verken wat er al is en selecteer de thema’s die relevant zijn.

2. Vastleggen in eisen

Leg voor de geselecteerde thema’s eisen vast.

3. Beoordelen

Beoordeel de ontwerpen met gekozen methodes.

Bodemdaling

Onder bodemdaling wordt over het algemeen de continue bodemdaling verstaan, veroorzaakt door oxidatie van veen, klink en, geologische processen in de diepere ondergrond. Bij dit thema breiden we het begrip bodemdaling uit met zettingen. Zettingen betreffen het proces waar grond onder invloed van een belasting, zoals ophoging en waterstandsdaling, wordt samengedrukt, waardoor de bodem daalt. Zettingen hebben daarmee een zeer sterke relatie met de beoogde ontwikkeling.
Bodemdaling en zetting worden hier samen onder de term ‘bodemdaling’ behandeld.

Stakeholders

De stakeholders die betrokken moeten worden bij het thema bodemdaling zijn de gemeente, projectontwikkelaar, het waterschap, de provincie en eventueel corporaties en eigenaren.
 

Analyse huidige situatie

De zettingsgevoeligheid van het plangebied dient te worden geïnventariseerd en geanalyseerd met behulp van de volgende informatiebronnen:

  • Bodemopbouw (Dinoloket): aanwezigheid van zettingsgevoelige bodemlagen zoals klei en veen
  • Thema Bodemdaling in Klimaatatlas Zuid-Holland
  • nl: website van de provincie Zuid-Holland over bodem- en ondergrond
  • Klimaateffectatlas (geeft een indicatie van potentiële zetting en klink bij ophogen met 1 meter zand)
  • Historische bodemdaling (Klimaat Effectatlas, analyse AHN1, AHN2 en AHN3), vaak is deze data bij waterschap beschikbaar
  • Informatie uit eerder uitgevoerde bodemonderzoeken in plangebied of omgeving
  • Peilbeheer waterschap (peilhandhaven of bodemdaling volgen)

Bij inbreiding dient aanvullend dezettingsgevoeligheid van de omgeving onderzocht te worden, bijvoorbeeld door het type fundering en het bouwjaar van de woningen op te vragen.

Als er onvoldoende data beschikbaar is om zettingsgevoeligheid te bepalen of gedetailleerde informatie nodig is voor de uitwerking ontwerp door initiatiefnemer, is geotechnisch veldonderzoek nodig:

  • Sonderingen en boringen
  • Grondwater- en deformatieonderzoek

 

Verkenning bestaande ambities, wet en regelgeving

Voor bouw- en woonrijp maken zijn er al diverse richtlijnen ontwikkeld die gevolgd dienen te worden:

  • Leidraad Balans (Deltares, 2009)
  • Beter bouw- en woonrijp maken (SBR, 2004)

Met name bij inbreiding is het van belang eisen te stellen aan zowel de nieuwbouw als de impact op bestaande bebouwing en infrastructuur. Eisen aan het behoud van veenlagen, of de CO2uitstoot zijn minder relevant voor inbreidingsplannen, omdat het peilbeheer de bestaande bodemopbouw doorgaans behouden zal worden.

Dit in tegenstelling tot uitbreidingsplannen waar door afgraven en ophogen de bodemopbouw verandert, peilen worden aangepast en CO2-uitstoot optreedt door grondverzet en oxidatie. Hierbij dienen ambities afgestemd te worden met ambities en peilbeheer van waterschap en provincie. Kosten voor het beheer en onderhoud als gevolg van bodemdaling vormen een belangrijk onderdeel voor het bepalen van de ambitie.
 

Selecteren

Voor het selecteren moet gekeken worden naar de relevantie van het thema en de raakvlakken. Als er geen ambities bekend zijn of vastgesteld, of als de gebiedsontwikkeling weinig effect heeft of kan hebben op het thema moet overwogen worden dat thema achterwege gelaten kan worden. Daarentegen kan het gewenst zijn vanwege raakvlakken om bepaalde delen van het thema wel aan bod te laten komen in een gebiedsontwikkeling. Als het thema niet geselecteerd wordt, leg deze keuze dan goed onderbouwd vast. Als het thema geselecteerd wordt, formuleer dan de eisen duidelijk en vroegtijdig.

Na de inventarisatie uit stap 1 moet worden bepaald met de stakeholders welke algemene eisen gesteld moet worden (tabel 1) en waar specifieke eisen voor nodig zijn. Denk hierbij aan eisen voor specifieke objecten in de bodem (kabels en leidingen) en vitale, of gevoelige bebouwing zoals calamiteiten routes, laboratoria en historische bebouwing met houten fundering.
 

Eisen gericht op maatregelen

In het  ‘Programma van eisen” is de volgende eis geformuleerd gericht op maatregelen:
 

 

Eisen gericht op het gewenste effect

Formuleer een eis voor de rest- of eindzetting. Hierbij wordt een bovengrens gesteld voor de absolute grootte van de restzetting of absolute hoogte na een bepaalde periode na oplevering van de ontwikkelaar/aannemer. Bijvoorbeeld: maximaal 0,10 m verticale zetting 12 jaar na oplevering, of 0,50 m na 30 jaar na oplevering. In de praktijk blijkt de zettingstoename na deze periode nog maar beperkt, daarom wordt meestal aangenomen dat de restzetting na circa 30 jaar stopt.
Naast (of in plaats van) eisen aan bodemdaling/zetting, kunnen ook eisen gesteld worden aan zettingsverschillen. Voor inbreidingen dienen aanvullend eisen gesteld te worden aan zettingen in de omgeving als gevolg van de ontwikkeling.
Bij het formuleren van de eis wordt ook de hoogte van de maatlat bepaald. Bij bodemdaling bestaat de maatlat in de meeste gevallen uit een daling per jaar of over de planperiode.
De grootste consequentie van de hoogte van de eis zijn de verhoogde beheer- en onderhoudskosten als gevolg van rest- en eindzettingen en de zettingsverschillen. Voer daarom een kosten-batenanalyse uit van maatregelen om zettingen te beperken versus onderhoudskosten, om de eisen aan zettingen te optimaliseren. Voer hiervoor de volgende stappen uit:

  1. Voer zettingsberekeningen uit voor het schetsontwerp:
    • Kleinschalige uitbreiding: 1D zettingsmodel
    • Inbreiding of grootschalige uitbreiding: 2D zettingsmodel
    • Veenoxidatie: analytische berekening (empirische formule)
  2. Analyseer effectiviteit maatregel om restzetting te beperken en bepaal kosten van deze maatregelen
  3. Bepaal impact van (rest)zetting op beheer en onderhoudskosten, overstromingsrisico, peilbeheer, wateroverlast
  4. Kosten-batenanalyse

Wees ervan bewust dat zettingsberekeningen op basis van aangenomen parameters een onzekerheid van circa 30% hebben.

Uit te voeren door gemeente of ontwikkelaar. Voer de volgende stappen uit:

  1. Geotechnisch veldonderzoek, inclusief laboratoriumtesten (indien nog niet uitgevoerd bij inventarisatie), conform de NEN
  2. Pas parameters model aan conform geotechnisch onderzoek
  3. Voer zettingsberekeningen uit van het ontwerp en mogelijke maatregelen:
    • Kleinschalige uitbreiding: 1D of 2D zettingsmodel
    • Inbreiding of grootschalige uitbreiding: 2D of 3D zettingsmodel
    • Veenoxidatie: analytische berekening (empirische formule)
  4. Analyseer effectiviteit maatregel om restzetting te beperken en bepaal kosten van deze maatregelen
  5. Bepaal impact van (rest)zetting op beheer en onderhoudskosten, overstromingsrisico, peilbeheer, wateroverlast
  6. Kosten-batenanalyse en vaststelling bijbehorende maatregelenpakket

In de uitvoeringsfase kan bijgestuurd worden door de zettingen te monitoren tijdens uitvoering. De berekeningen kunnen vervolgens worden gekalibreerd met behulp van de metingen.
 

Beoordelen op het gewenste effect

Aan te tonen door ontwikkelaar. Voer de volgende stappen uit:

  1. Geotechnisch veldonderzoek, inclusief laboratoriumtesten (indien nog niet uitgevoerd bij inventarisatie), conform de NEN
  2. Pas parameters model aan conform geotechnisch onderzoek
  3. Voer zettingsberekeningen uit van het ontwerp en maatregelen:
    • Kleinschalige uitbreiding: 1D of 2D zettingsmodel
    • Inbreiding of grootschalige uitbreiding: 2D of 3D zettingsmodel
    • Veenoxidatie: analytische berekening (empirische formule)
  4. Bepaal rest-, eindzettingen en/of zettingsverschillen om aan te tonen dat aan eisen voldaan wordt
  5. Stel een monitoringsprogramma op om de invulling aan deze eis te controleren

In de uitvoeringsfase kan bijgestuurd worden door de zettingen te monitoren tijdens uitvoering. De berekeningen kunnen vervolgens worden gekalibreerd met behulp van de metingen.
 

Download de leidraad

De leidraad bestaat uit twee delen. Het eerste deel beschrijft per thema welke stappen genomen moeten worden om de ambities vast te leggen in eisen en te beoordelen. Het tweede geeft meer context aan en toelichting op het geheel.

Download Leidraad Download Infographic

Van initiatief tot uitvoering

Het stappenplan helpt u stap voor stap van initiatieffase tot uitvoering om uw ambities werkelijkheid te laten worden.

Heeft u suggesties voor deze website?

Stuur een e-mail